10 januari 2015
De jaarlijkse Kan Geiko in Hasselt staat voor velen symbool voor de aftrap van het nieuwe karatejaar. In het eerste weekend van 2015 vonden vijftig karateka’s uit heel Europa hun weg naar de Honbu Dojo. Het programma, met trainingen van Mario Vanroy (6e dan), de Italiaan Cesare Del Pellegrino (5e dan) en sensei Heene zelf (8e dan), beloofde veel goeds. Die belofte werd dit jaar echter niet helemaal ingelost. Vooral de samenhang tussen de trainingen ontbrak.
Mario Vanroy opende de Kan Geiko op vrijdagavond met een serie van vier zeer doordachte oefeningen, waarin veel openhandtechnieken waren verwerkt. De nadruk lag niet zozeer op snelheid of kracht, maar op de technische uitvoering en op ‘gevoel’, ofwel ‘aarding’.
Vanroy legde uit dat veel van de bewegingen die karateka’s maken tegennatuurlijk zijn. Wanneer mensen in een bedreigende situatie terechtkomen, is hun eerste neiging niet om opzij of naar voren te stappen, maar om achteruit te bewegen. Dat vergroot de kans op een goede afloop niet. In een aantal stappen liet Vanroy ons vier verplaatsingsoefeningen zien, waarbij verdediging en aanval de natuurlijke flow van de verplaatsing volgden. Aan ons de taak om het juiste gevoel voor deze bewegingen te ontwikkelen.
De complexiteit van de oefeningen stelde menig karateka voor een behoorlijke uitdaging.
Sensei Heene trapte de zaterdag af met een aantal basisoefeningen. Hij begon met verschillende standen, zoals zenkutsu-dachi, kiba-dachi en fudo-dachi, en voegde daar geleidelijk stoten en weringen aan toe. Vervolgens kregen we een aantal kumite-oefeningen om de bewegingen in tweetallen toe te passen.
De eenvoud van deze oefeningen bleek verraderlijk. Net als Vanroy legde Heene het zwaartepunt bij de technische uitvoering en bij aarding. Het eerste ging de dan-graden over het algemeen goed af; het tweede bleek een stuk lastiger.
Volgens Heene heeft aarding veel te maken met concentratie. En concentratie heeft op haar beurt alles te maken met de juiste state of mind. Niet voor niets is meditatie een vast onderdeel van de ceremonie aan het begin en einde van een karatetraining. Het geeft de karateka de gelegenheid om het hoofd leeg te maken en de energie te concentreren. De verzamelplaats van die energie bevindt zich volgens de Japanse traditie in het gebied net boven het bekken: de hara. Stabiliteit komt voort uit de energie die daar wordt geconcentreerd. Een karateka kan technisch nog zo sterk zijn, zonder de juiste concentratie raakt hij uit balans.
Op zichzelf waren de oefeningen en de boodschap van Heene waardevol en inspirerend. Als onderdeel van het weekend sloten ze echter niet helemaal aan bij de complexe manoeuvres van de dag ervoor. Achteraf bezien leek de training van vrijdag eerder een verdieping van Heene’s training dan andersom.
Cesare Del Pellegrino leidde de tweede en laatste training van de zaterdag. Anders dan Vanroy en Heene begon hij in een straf tempo met het kihon-pakket uit de exameneisen voor de eerste dan. Vervolgens liet hij via drie van zijn leerlingen een voor velen — zij het niet voor iedereen — onbekende Shirai-kata zien.
Del Pellegrino legde uit dat deze kata verwant is aan Sochin. Zijn bedoeling was ons te prikkelen met nieuwe toepassingen die mogelijk ook bruikbaar zijn bij de bunkai van andere kata’s. Hij leerde ons de kata eerst in vier logische stappen aan. Vrijwel direct daarna volgde de uitleg van de bunkai, in de vorm van kumite-oefeningen.
Dat bleek een behoorlijke uitdaging. Het was al lastig om een relatief nieuwe kata in korte tijd onder de knie te krijgen; het direct toepassen ervan en vervolgens ook nog verbanden leggen met andere kata’s vroeg nog meer. Zeker voor degenen voor wie Sochin zelf nog onverkend terrein was. Wanneer er iets meer tijd was genomen om de kata eerst goed te leren, was de boodschap van Del Pellegrino waarschijnlijk nog beter uit de verf gekomen.
Dat laatste was in zekere zin kenmerkend voor het hele weekend. Individueel waren de trainingen van hoge kwaliteit en boden ze voldoende stof tot nadenken. Als geheel ontbrak echter een duidelijke rode draad. De verschillende inzichten waren waardevol, maar sloten niet altijd vanzelfsprekend op elkaar aan.
Desondanks bood de Kan Geiko voldoende inspiratie om mee naar huis te nemen. Misschien is dat uiteindelijk ook een wezenlijk onderdeel van een dergelijk trainingsweekend: niet iedere oefening hoeft direct tot een afgerond geheel te leiden. Soms is het juist de uitdaging om de aangereikte inzichten zelf verder te onderzoeken en met elkaar te verbinden.
Namens Dojo Mierlo werd de Kan Geiko bezocht door Gerard, Cees, Tim, Carlo en Manon.